Zelfacceptatie versus zelfverbetering

Voor veel mensen is fitness een vorm van zelfontplooiing. We proberen onze wensen vaak heel nuchter te verpakken in abstracte doelstellingen, zoals ‘strakker worden’, maar waar het ons echt om gaat is dat we beter in ons vel komen te zitten. Veel mensen zijn namelijk ongelukkig met hoe ze eruit zien; en dan is niet het zwembandje an sich het probleem, maar vooral het bijbehorende gebrek aan zelfvertrouwen en eigenwaarde. Hoe strakker het vel, hoe beter we ons denken te zullen voelen. Een idee wat anno 2018 een ‘hot topic’ aan het worden is.

Ik heb het al eens eerder geschreven: we leven in een tijd en maatschappij waarin alles om uiterlijk draait. Dat uit zich niet alleen in de strakgetrokken modellen die met hun optredens in films, reclames en tijdschriften allerlei schoonheidsidealen aan ons opdringen, maar ook in de discriminatie van mensen die ‘afwijken’ van de fysieke norm. Zo krijgt iemand die klein is of overgewicht heeft, vaak minder betaald dan iemand die langer of slanker is. Wat natuurlijk een hele kwalijke zaak is.

Het is dan ook niet meer dan logisch dat we onze eigenwaarde voor zo’n groot deel aflezen aan hoe we er uitzien. En dat we verwachten een stuk gelukkiger / aantrekkelijker / succesvoller te zullen zijn, zodra we die six-pack of kleinere kledingmaat hebben.

Maar een mooi lijf is helemaal geen garantie voor zelfvertrouwen of geluk. Zo zijn er genoeg slanke, fitte mensen zonder baan of partner, of met depressies. Eigenwaarde, karakter en succes zit nog altijd tussen je oren; hoe strak je in je vel zit, heeft daar maar weinig invloed op. En in tegenstelling tot wat we zelf vaak denken, is schaamte, zelfhaat of het niet voldoen aan een ideaal niet de beste motivatie voor fysieke verandering.

Gelukkig begint dat besef bij steeds meer mensen door te dringen. Natuurlijk is het grootste gedeelte van de dames en heren die je op televisie langs ziet komen nog altijd onverminderd slank, symmetrisch en knap. Maar er komt ook een tegengeluid: zo laten modeketens als H&M hun collectie steeds vaker door ‘plus-size’ modellen presenteren, en dook er onlangs overal op het internet een pleidooi voor de ‘dad-bod’ op – vrouwen schijnen jongemannen met bierbuiken opeens woest aantrekkelijk te vinden.

Weg met de zelfkritiek, welkom zelfacceptatie! Het is helemaal niet erg om geen Victorias Secret of Calvin Klein model te zijn. Niemand is perfect, en dat is iets waar we vrede mee moeten hebben.  We zijn niet onze six-pack, strakke billen of het gebrek daaraan; we zijn ons karakter, en dat kunnen we niet beïnvloeden met talloze sit-ups of exotische Superfoods.

Maar dat brengt ons – of in ieder geval mij – bij een belangrijk punt: als we onszelf accepteren, heeft het dan nog zin om onszelf te verbeteren?

Er is namelijk een hele dunne scheidingslijn tussen zelfacceptatie en het opgeven of je ergens bij neerleggen. Als je eigen onvolkomenheden te ‘verhelpen’ zijn, maar je daar om wat voor reden dan ook (nog) niet in geslaagd bent, is accepteren dan niet hetzelfde als opgeven? En is het voor lief nemen van je eigen onvolkomenheden nog steeds z’n mooi streven, als die onvolkomenheden het gevolg zijn van een ongezonde levensstijl?

Wat je vooral onder de fanatieke aanhangers van zelfacceptatie en ‘big is beautiful’ ziet, is het idee dat iedere poging tot afvallen ‘slecht’ is. Ze worden daarin gesterkt door het geringe succes van de mensen die proberen om af te vallen – het overgrote gedeelte van de mensen die gewicht kwijtraken, komen uiteindelijk gewoon weer aan – en wetenschappelijke onderzoeken die uitwijzen dat mensen die zwaarlijvig en actief zijn, vergeleken met de dunnere ‘bankhangers’ een verminderd risico op gezondheidsklachten zoals hart- en vaatziekten lopen.

Het probleem met deze visie is dat het niet alleen afvallen, maar ook het streven naar zelfverbetering en gezondheid uit het raam kan gooien. Hoe je eruit ziet is een uiting van je levensstijl; het valt moeilijk te weerleggen dat de meeste mensen die regelmatig sporten en gezond eten, doorgaans minder gewicht meedragen. Dat wil nog steeds niet zeggen dat iedereen die vaak naar de sportschool gaat en voldoende groente eet ook echt gelukkig en tevreden met zichzelf is. Maar het geeft wel aan dat je een gebrek aan lichaamsbeweging of gezonde voeding niet voor lief moet nemen.

Al is het heel goed mogelijk dat je ondanks je sportschoolregime en gezonde voedingspatroon nog steeds wat ‘overtollige’ kilootjes meedraagt. Ik heb al eens eerder geschreven: een six-pack of een hele specifieke lichaamsbouw is niet voor iedereen weggelegd. Soms zit er qua uiterlijk of fysiek gewoon niet meer voor je in. Iemand streeft naar een heel specifiek ‘schoonheidsideal’, zoals een vetpercentage van 8 procent, én daar ook nog eens zijn of haar hele eigenwaarde vanaf laat hangen, zit zowel fysiek als mentaal op een dood spoor.

Zelfacceptatie is, heel simpel gezegd, jezelf nemen zoals je bent. Maar voordat je dat doet, stel jezelf dan eerst de vraag of jij de persoon die je nu bent, ook wel echt bent. Gedraag je je ook als de persoon die jij echt bent, of wilt zijn? Zijn jouw huidige (leef)gewoontes onderdeel van wie jij echt bent?

En als je iemand anders wilt zijn, stel jezelf dan altijd de vraag of dat wel mogelijk is. Als je nog nooit van je leven een six-pack gehad hebt, dan is de kans groot dat het er gewoon niet in zit. Accepteer dat dan ook; die paar kilootjes of procenten aan lichaamsvet zullen, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, echt geen verschil maken voor hoe anderen tegen jou aankijken. Maar het maakt wel heel veel verschil voor jouw eigen geluk.

Als je iets aan jezelf wilt veranderen, doe dat dan niet uit haat of schaamte jegens jezelf. Doe het uit liefde. En de hele dag op de bank Netflix kijken en jezelf volstoppen met junkfood is geen blijk van die liefde; dat is waarmee je jezelf behoorlijk te kort doet. Draag zorg voor jezelf, en dan vooral voor je innerlijk. Vanaf daar zal zelfacceptatie nagenoeg vanzelf gaan!

Wil je graag sterker en fitter worden zonder jezelf tekort te doen? Neem dan gerust contact op!